Ik merk vaak dat mensen er een heel egocentrische manier van liefhebben op nahouden. Ze weten precies wat ze uit een relatie willen halen. Kosten & baten. Debet & credit. En anders zal er wat zwaaien! Het dondert soms in Keulen, maar eigenlijk toch meestal harder in menig echtelijke slaapkamer… Want koppels maken constant de rekening op. Ik hou van je, maar verwacht dit, dit en dat van je. Omdat in de liefde nu eenmaal vakjes aangevinkt moeten worden. En je beste vriendin kan maar beter niet meer ingekleurde vakjes hebben. En god verhoede al helemaal geen betere! “WIJ ZIJN NIET IN COMPETITIE!”, bulderde Kaïn, voor hij zijn broer de strot dichtneep. Of met een bot voorwerp de kop insloeg. Een goede broedermoord valt of staat nu eenmaal niet met details, het proza zit immers al in de daad.
En zo leven bevriende koppels ook altijd in competitie, op de rand van oorlog, met elkaar. Een oorlog waarin weliswaar nog zelden strotten dienen te worden dichtgeknepen noch koppen ingeslagen. Beschaving zorgt ervoor dat wij onze afgunst na generaties oefenen meestal perfect kunnen opsmukken en maskeren. Het zou nu eenmaal niet staan om een dame met een mooiere halsketting een dessertvork door de oogkas te jagen. En u kan schreeuwen wat u wil dat het een grove leugen is. U zegt wel dat u uw vriendin alles gunt en jaloezie u vreemd is, als niemand op u let, spreken uw ogen boekdelen. Vurige boekdelen. Boekdelen met een Vlammend zwaard. Zwaard met een grote Z. Boekdelen met een Vlammend Zwaard, gehanteerd door één der Drie Furiën. Ongeveer zo. Maar in ieder geval wilt u wat zij heeft. Of toch minstens iets beter. Als gedachten geluid zouden produceren, hoort men op zo’n moment het krassen van een potlood op een imaginair vakje dat aangevinkt dient te worden.
En ik vraag me af waarom. Waarom moeten er voorwaarden gesteld worden aan jouw liefde? Bekrompen, vaag, artificieel. Misschien zit er daar wel een foute kronkel in mijn denken. Te snel tevreden. Te suffig. Misschien hebben Alexander De Grote en ik wel veel gemeen. Vol van zelfbehagen en sloom van de wijn liet hij een heel rijk door z’n vingers glippen. Hoewel De Grote misschien ook wel gewoon een irritant stuk vreten was dat uiteindelijk iedereen tegen zich in het harnas joeg. Van een mens die zichzelf tooide in een massieve gouden helm (in de vorm van een leeuwenkop) zal men zelden gezegd hebben dat hij ‘fijntjes’ van karakter was.
‘Liefde is een werkwoord’ zeggen flauwe onzinboekjes altijd. U mag die uitspraak houden, ik kan er niets mee. Als liefde op een dag synoniem zou staan voor ‘werken’ en arbeiten nicht meer frei macht, geef me dan maar fantoompijn. All day, any day.