Vrijdagsfilosofie

4 05 2012


The Tree Of Life – Terrence Malick – 2011 

Altijd al ‘into’ het universum geweest.
Mijn nonkel kon op heldere zomernachten (je kent ze wel, die we nu niet meer hebben wegens teveel kunstlicht) uren vertellen over wat sterren nu eigenlijk waren, hoe de space shuttle werkte, of er buitenaardse wezens bestaan en hoe die er dan uitzien. Mijn eerste bron van filosofie was het gegeven ruimte, dat die ruimte oneindig groot was en hoe een klein jochie uit Wortel daar nu juist in paste. Hoe primitief en naïef dat metafysisch denken toen ook geweest mag zijn.

Vreemd dat er anno 2012 en met alle kennis (en onwetendheid) die wij over zoiets magnifieks hebben elkaar nog steeds de keel oversnijden omdat onze god zonder twijfel superieur is aan jouw godslasterlijke afgod waarvoor je zal branden in de hel. In alle eerlijkheid, als een of ander scheppend wezen dit in al zijn pracht geschapen heeft, zal hij Jantje ook wel kunnen vergeven dat hij niet elke dag tig aantal keer op de knieën ging om hem lof te betuigen. Laat die blauwe bol maar wat draaien in z’n kosmische dans. Gaat goed zo.





Koning Kempenzoon

4 04 2012

www.roadcycling.com

Geflankeerd door twee Romeinen
Oudenaarde vanaf nu de Rubicon
De Zwitserse Garde reeds lang naar huis
Sleutel tot hun episch slotstuk gebroken

Toch maar zelf van ver aanzetten
Italianen hebben geen tabula rasa als messentrekkers
23 pogingen velden Caesar
Hij koos dan maar gouden eieren voor z’n geld

Laat ze maar lullen
Azijnpissers en navelstaarders uit eigen schoot
Winnaars schrijven meestal hun eigen geschiedenis
België boven dit weekend





Fantoompijnen – Sponsored by your friends Jack and Daniels.

19 02 2012

Ik merk vaak dat mensen er een heel egocentrische manier van liefhebben op nahouden. Ze weten precies wat ze uit een relatie willen halen. Kosten & baten. Debet & credit. En anders zal er wat zwaaien! Het dondert soms in Keulen, maar eigenlijk toch meestal harder in menig echtelijke slaapkamer… Want koppels maken constant de rekening op. Ik hou van je, maar verwacht dit, dit en dat van je. Omdat in de liefde nu eenmaal vakjes aangevinkt moeten worden. En je beste vriendin kan maar beter niet meer ingekleurde vakjes hebben. En god verhoede al helemaal geen betere! “WIJ ZIJN NIET IN COMPETITIE!”, bulderde Kaïn, voor hij zijn broer de strot dichtneep. Of met een bot voorwerp de kop insloeg. Een goede broedermoord valt of staat nu eenmaal niet met details, het proza zit immers al in de daad.

En zo leven bevriende koppels ook altijd in competitie, op de rand van oorlog, met elkaar. Een oorlog waarin weliswaar nog zelden strotten dienen te worden dichtgeknepen noch koppen ingeslagen. Beschaving zorgt ervoor dat wij onze afgunst na generaties oefenen meestal perfect kunnen opsmukken en maskeren. Het zou nu eenmaal niet staan om een dame met een mooiere halsketting een dessertvork door de oogkas te jagen.  En u kan schreeuwen wat u wil dat het een grove leugen is. U zegt wel dat u uw vriendin alles gunt en jaloezie u vreemd is, als niemand op u let, spreken uw ogen boekdelen. Vurige boekdelen. Boekdelen met een Vlammend zwaard. Zwaard met een grote Z. Boekdelen met een Vlammend Zwaard, gehanteerd door één der Drie Furiën. Ongeveer zo. Maar in ieder geval wilt u wat zij heeft. Of toch minstens iets beter. Als gedachten geluid zouden produceren, hoort men op zo’n moment het krassen van een potlood op een imaginair vakje dat aangevinkt dient te worden.

En ik vraag me af waarom. Waarom moeten er voorwaarden gesteld worden aan jouw liefde? Bekrompen, vaag, artificieel. Misschien zit er daar wel een foute kronkel in mijn denken. Te snel tevreden. Te suffig. Misschien hebben Alexander De Grote en ik wel veel gemeen. Vol van zelfbehagen en sloom van de wijn liet hij een heel rijk door z’n vingers glippen. Hoewel De Grote misschien ook wel gewoon een irritant stuk vreten was dat uiteindelijk iedereen tegen zich in het harnas joeg. Van een mens die zichzelf tooide in een massieve gouden helm (in de vorm van een leeuwenkop) zal men zelden gezegd hebben dat hij ‘fijntjes’ van karakter was.

‘Liefde is een werkwoord’ zeggen flauwe onzinboekjes altijd. U mag die uitspraak houden, ik kan er niets mee. Als liefde op een dag synoniem zou staan voor ‘werken’ en arbeiten nicht meer frei macht, geef me dan maar fantoompijn. All day, any day.





An old rivalry revived, or so it seems…

9 02 2012

Not one minute was played in New York. The opening whistle sounds and a season filled with frustration about their opponents finally had to be vented. It’s been quite a long time since Madison Square Garden was the theater of an old school dust-up. I liked it, boys play a ’suckerpunch’ game (don’t get me started on modern day soccer…) , men have the decency to look each other in the eye and invite them to dance. Long live hockey ethics!





“This is not an exit.”

27 01 2012

“As a writer you slant all evidence in favor of the conclusions you want to produce and you rarely tilt in favor of the truth. …This is what a writer does: his life is a maelstrom of lying. Embellishment is his focal point. This is what we do to please others. This is what we do in order to flee ourselves. A writer’s physical life is basically one of stasis, and to combat this constraint, an opposite world and another self have to be constructed daily. …the half world of a writer’s life encourages pain and drama, and defeat is good for art: if it was day we made it night, if it was love we made it hate, serenity becomes chaos, kindness became viciousness, God became the devil, a daughter became a whore. I had been inordinately rewarded for participating in this process, and lying often leaked from my writing life–an enclosed sphere of consciousness, a place suspended outside of time, where the untruths flowed onto the whiteness of a blank screen–into the part of me that was tactile and alive.” Bret Easton Ellis – Lunar Park

Grote meneer. En het boek misschien nog indrukwekkender. Wat begint als een ‘doodnormale’ autobiografie van de schrijver, verandert al snel in een totale nachtmerrie waarin Ellis geconfronteerd wordt met zijn gestorven vader. Moedig dat Ellis niet de makkelijke route van het vaak melige ‘mijn vader was zo slecht nog niet’ kiest. Dit is geen In memoriam, maar een uiterst pijnlijk Rigor mortis waarin Ellis de vervreemde relatie met de gehate vaderfiguur en zijn eigen zoon eindelijk moet aangaan. Veel schrijvers wagen zich aan dit genre (de Oedipusroman?), Ellis creëert in alle waanzin en lelijkheid iets dat werkelijk pakkend is. Straffe kost!





Het mag gerust iets meer zijn!

26 01 2012

We hebben vorige week onze grootvader begraven: onze vovo. Raar woord, begraven. Altijd gevonden. Het doet me denken aan het dumpen van een afvalcontainer op een groot stort. Klaar zo, deksel dicht, zand erover. Er zou gerust een andere term gebruikt mogen worden in plaats van het banale, donkere ‘begrafenis’. Maar het beestje moet nu eenmaal een naam hebben en een combinatie van klinkers en medeklinkers bepaalt verder niet de inhoud van de gebeurtenis… Ik ga het hier ook niet hebben over de emoties die een overlijden met zich meebrengen. Iedereen kent denk ik wel de cocktail van verdriet, milde boosheid, spijt, maar ook dankbaarheid en berusting.

Waar ik het wel over wil hebben is de realisatie die zich nogmaals opdrong tijdens en in de dagen na de begrafenis. Niet als in een groots eureka-moment, maar onder de oppervlakte. Een langzaam kabbelend besef, maar daarom niet minder urgent: het leven is te kort. Een torenhoog cliché dat je meestal in slechte stationromannetjes en magazines van bedenkelijk allooi leest. Het maakt het er niet minder waar om. Het leven is gewoon te kort om je tijd te verprutsen aan onnozelheden. Ik weet ook wel dat een mens nu eenmaal bepaalde dingen moet, het leven niet altijd een feestmaaltijd van eindeloze gangen kan zijn en wereldvrede een compleet absurde utopie én oxymoron is. Ik droom ook niet van een wereld waarin iedereen ganse dagen met bloemen in de hand door veldjes zit te huppelen onder een stralende zon (jezus christus, wat een nachtmerrie…).

Maar ik merk bij mezelf dat ik me soms teveel druk maak over dingen die eigenlijk totaal overbodig zijn. Ik had de tijd waarin ik in m’n hoofd over allerlei dingen zat te malen, anders kunnen spenderen. Beter. En die minuten/uren/dagen ben ik onherroepelijk kwijt. Definitief verpiekerd en weggebriesd. U kan er voor kiezen u nog steeds druk te maken als u een keer 110 gram préparé krijgt in plaats van de gevraagde 100. Ik vond uw drang naar perfectie en ‘ik moet krijgen waar ik om vraag!’ vroeger al belachelijk. Nu ga ik ook eens aan de slag met de augiasstal van m’n eigen verstand.

Pluk de dag, of die nu 100 of 110 gram aan vruchten biedt.

Track note of the day – “And I’ll never be tripping off of what ain’t mine.”





Back from the grave…

14 01 2012

I noticed my blogging went downhill last year. I don’t think I’ve grown tired of it, cause every time that I DO write, I love it and the words just pour out. And it was nice to hear that some people actually asked me to re-up on my articles, which means I wasn’t doing all that bad. But I do think I feel my blog became stale. So I decided to expand on my subjects. The sports thing has worked just fine for me and I will keep doing this as a main part of my writing. But I will write about other things too. Which those will be, I haven’t got the smallest clue. I’ll cross that bridge when I get there. But this will mean that maybe I will blog more in my native language and less in English. I’m sorry for the few Americans who read my blog (yes, I’m talking to you, Greg and Brutal), I won’t forget about you guys though.

Take care for now. (I just realized my title sounds like a bad zombie flick, the B-movie kind. Again, nice start, idiot…)








Follow

Get every new post delivered to your Inbox.